Menu

Gebruiken

Gildejaar

In de middeleeuwen ‘hing’ het jaar aan elkaar van heiligendagen, kerkelijke activiteiten en wereldlijke zaken die jaarlijks terugkeerden en waarvan wij de oorsprong nu vaak vergeten zijn.

Het gilde nam vaak verplicht maar zeker in de meeste gevallen graag deel aan deze activiteiten. Een daarvan was het openen van de kermis. Een activiteit die al in de vroege middeleeuwen plaatsvond.  Deze kermis was vroeger vaak gecombineerd met koningschieten en teren, duurde drie dagen en vond in het najaar plaats.

Ons gildenjaar start op ‘Nuenen kermis’. De kermis begint nu officieel op  zaterdag (de tweede van juli?).  Het gilde, trekt nu samen met de harmonie, op naar het gemeentehuis om de burgermeester en wethouders aan te kondigen dat de kermis in het dorp kan beginnen.  Voor ca. 1840 gebeurde dit slechts door het gilde omdat er toen geen fanfares en harmonieën bestonden en het gilde de enige vereniging was die aan de festiviteiten meer glans kon geven.

Aanwezig bij deze ceremonie zijn dan ook vertegenwoordigers van de kermisexploitanten en de gemeenteraad. De kapitein doet het woord, de burgervader bedankt het gilde en de kermisexploitanten voor aankondiging en organisatie en wenst een ieder een fijne kermis. Vervolgens gaat de optocht terug naar de kermis met dit verschil dat nu ook de burgermeester en wethouders meelopen om gezamenlijk aan de activiteiten deel te nemen. Hierbij is het een goede gewoonte dat de burgervader het gilde  enkele consumpties aanbiedt.

Kermismaandag is dé dag voor het St. Annagilde. Dan start het gildenjaar echt. De dag begint met het ophalen van alle gildenbroeders. Dit wordt gedaan door de tamboer die ‘'s ochtends heel vroeg al trommelend bij de eerste gildenbroeder aangaat. Vervolgens gaan beiden lopend naar de tweede etc. Is het gilde compleet dan gaat het gilde naar de kerk en wordt er met de gildenzusters een speciale gildenmis gehouden. Na de mis gebruiken alle aanwezigen (incl de pastoor/gildenheer) een Brabantse koffietafel.

‘s Middags om 1400 uur wordt het gildenjaar officieel gestart door een eerste schot met geweer op de puist. Dit gebeurt als het even kan door de burgermeester of de pastoor.

Daarna is het gezellig verder schieten met gildenbroeders en belangstellenden.

Vaak wordt er om een prijsje geschoten dat verkregen kan worden als men het laatste stukje hout van de puist eraf schiet. Typische prijzen zijn dan een meter verse worst, een fles wijn, een pak koffie of ook wel een kip. In geval van de wijn of worst wordt nogal eens verwacht dat deze dan maar meteen ter plekke genuttigd wordt. De braadpan staat klaar.

Een belangrijke dag voor ons gilde is ook koninginnedag. Het begint dan weer wat beter weer te worden voor buitenactiviteiten. Daarom is besloten om rond die tijd te beginnen met deze activiteiten op ons gildenterrein. Een ieder is welkom om te komen schieten. Daarna schieten we elke maand op de eerste dinsdag van de maand tot het weer wat minder wordt (October/november)

En dan natuurlijk het teren. Een hoogtepunt in het gildejaar. Gildebroeders en gildezusters komen bijeen en hebben feest. Wat in de 'pot' zit wordt verteerd. Vroeger werd zo'n teerdag vaak gehouden nadat de oogst was binnengehaald.

Schieten

Uit aloude gildekaarten blijkt, dat het houden van schietwedstrijden een wezenlijk onderdeel vormt van de gildenactiviteiten. De schietsport kon populair zijn, omdat zeker in de 17e eeuw nagenoeg in ieder huis een geweer voorhanden was ter verdediging van have en goed.

Het schieten op de houten pol of klos die in de schutsboom was bevestigd werd vroeger door het gilde en ook wel door andere dorpsbewoners beoefend. Daarnaast kende men onderlinge schietwedstrijden tussen de gilden.

De belangrijkste wedstrijd was die van het koningschieten. Vroeger en nu gebeurde dit koningschieten met groot kaliber geweren.

Nu wordt bij vrijwel alle schietevenementen met klein kaliber geweren (6mm) geschoten op de wip of op de ‘puist’ (klos of pol). Tegenwoordig hebben nog maar enkele gildebroeders een eigen wapen.

De standaardkogel op ware grootte

 

De wip (links) en de puist (rechts)

 

Naast de geweren bezit het gilde enkele kruisbogen.

Zowel met het geweer als de kruisboog wordt ook op de wip geschoten.

Een wip is een rond ijzeren plaatje dat boven op een stalen mast ligt en dat er met de kogel of de pijl wordt afgeschoten (gewipt).

Koningschieten

De gildenreglementen bevatten uitgebreide bepalingen over het koningschieten, de belangrijkste schietwedstrijd van een gilde, waarbij de winnaar “ koning” werd genoemd.

Op een lange paal (schutsboom) werd een speciaal geprepareerde houten vogel (papagaai) geplaatst, die eraf moest worden geschoten. Wie het laatste stukje hout naar beneden haalde, werd de nieuwe koning. Bij het St Annagilde vindt nu om de twee jaar het koningschieten plaats. Aan dit evenement mogen alleen gildenbroeders deelnemen.

Er wordt geloot om de volgorde van het schieten te bepalen. Om het koningschieten heen zijn heel wat aardige formele activiteiten zoals b.v. de pastoor die het eerste schot moet lossen om de vogel te ‘vrijen’. Is de pastoor er niet dan kan de burgermeester het doen.

De nieuwe koning krijgt zijn eretekens, wast zijn handen, loopt over het vaandel en er wordt een feest gegeven door de nieuwe koning. De scheidende koning biedt een zilveren schild aan.

Prinsschieten

In de jaren tussen het formele koningschieten vindt bij het St. Annagilde aan ‘prins-schieten’ plaats. In dit geval is het geen formele titel. I.p.v. het geweer wordt nu de (verticale) boog gebruikt en schiet men op een gipsen vogel.

Ook gildenzusters mogen een gipsen vogel wegschieten. De winnaars van deze wedstrijden mogen zich  gedurende twee jaar resp. ‘prins’ of ‘prinses’ noemen en met een wisselschildje of broche tooien.

© 2009 - St. Annagilde Nuenen | Deze pagina is het laatst bijgewerkt op 01-03-2016 .